Essay Produkties

Aanleg van Circuit Zandvoort

Een bijzondere periode

De bouw van het auto-circuit in Zandvoort

-door Dirk Buwalda-

In de tweede helft van de 19e eeuw was Zandvoort een badplaats voor de elite. Zee, strand en enkele badhuizen maakten van het voormalige vissersdorp een locatie voor hoofdzakelijke de elite, waarvan velen uit het buitenland. Zeker in 1881 toen er een spoorlijn kwam vanaf Haarlem, waarmee het reizen vanuit het buitenland naar Zandvoort eenvoudiger werd. Jarenlang trok de badplaats talrijke voorname gasten met blauw bloed in de aderen.

In 1897 kwam er een tramlijnverbinding tot stand met Haarlem, welke in 1904 werd doorgetrokken naar Amsterdam.

Tot ergernis van het deftige publiek werd Zandvoort toen overspoeld met dagtoeristen. Reden voor de internationale jet set Zandvoort voortaan te mijden.. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog betekende het definitieve einde als badplaats met internationale allure.

 

Met de komst van burgemeester Henri van Alphen in 1925, ging er een nieuwe wind waaien in de badplaats aan de Noordzeekust. Van Alphen zag de promotionele waarden van de autoraces die destijds in Franse badplaatsen werden georganiseerd, zoals de Grand Prix van Deauville in 1936 en zag de sport als een geweldig middel om je aan de wereld te vertonen.

 

In de 30er jaren werden op een stratencircuit enkele motorraces gehouden. Op 3 juni 1939 vond de eerste automobielwedstrijd plaats om de Grote Prijs van Zandvoort, georganiseerd door de Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club, op een stratencircuit nabij de latere permanente racebaan. Vanwege het succes van die wedstrijd zette van Alphen alle kracht bij om een permanent autocircuit te realiseren.

Echter, in 1940 brak de Tweede Wereldoorlog uit en werd Zandvoort bezet door de Duitsers. Van Alphen zat echter niet stil. In 1940 werd een duingebied van 112 hectare ten noordoosten van Zandvoort aangekocht voor omgerekend circa 45.000 euro. In 1941 ontstond het plan om daar een groot wandelbos aan te leggen met daaromheen een brede autoweg. De Duitse commandant in Zandvoort wist echter niets van dit plan. Van Alphen vertelde hem dat er een weg moest komen om na de oorlog de overwinning van de Duitsers te vieren, een Paradestrasse.

Er werd in dat jaar begonnen met de aanleg van een aarden baan.

In 1943 werd van Alphen door de Duitsers vervangen als burgemeester, daar hij niet welgevallig was voor de bezetter. Van Alphen vertrok, maar werkte in geheim verder aan de ontwikkeling van het circuit.

Intussen was Zandvoort een desolaat dorp geworden. Over een lengte van drie kilometer langs de kust en 200 meter landinwaarts werd grotendeels de bebouwing gesloopt, maar liefst 648 gebouwen met een inhoud van 921.000 m3, het strand tot verboden gebied gemaakt, prikkeldraad en bunkers geplaatst als onderdeel van de Atlantic Wall, van Noorwegen tot Zuid Frankrijk, om een invasie te voorkomen.

 

Direct na het einde van de oorlog kwam van Alphen weer in functie en werd de wederopbouw van Zandvoort ter hand genomen, met de aanleg van het circuit als een van de speerpunten. Er werd rekening gehouden met de culturele belangen van een miljoen Nederlanders welke op Zandvoort zijn aangewezen als ontspanningsoord. Dat was tevens het richtsnoer van de Zandvoortse gemeenteraad. “De wederopbouw van Zandvoort zal de prioriteit moeten ontlenen aan het belang van de stadsbevolking”. In september van 1945 startten de werkzaamheden met zandverplaatsing van het beoogde traject. Inmiddels was er ook contact met de KNAC en de KNMV (motorrijdersbond) en enkele Britse coureurs. In 1946 kwamen er per brief enkele adviezen binnen van de Engelse coureur Sammy Davis en gaven Cas Hunse en Piet Nortier namens de KNAC en KNMV de nodige aanwijzingen voor het definitieve traject, hetwelk resulteerde in de eerste officiële tekening van de baan op 24 mei 1947. Het traject werd voorzien van een laag puin van 43 cm, verkregen van de gesloopte gebouwen tijdens de oorlog. 14 november 1947 ging de Zandvoortse gemeenteraad accoord met een bedrag van omgerekend 360.000 euro voor de aanleg van de baan die tevens bij dat besluit de naam Burgemeester van Alphenweg kreeg. Op 19 november van dat jaar werd door de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland vergunning verleend voor de aanleg van een autotoerweg.

 

Donkere wolken

Het was dan ook als een donderslag bij heldere hemel toen het Ministerie van Binnenlandse zaken per brief van 15 december 1947 het niet toelaatbaar achtte grote kapitalen te investeren die in economisch opzicht niet productief waren. Tevens volgde op 21 januari 1948 een brief van de provincie Noord-Holland om te stoppen met de werkzaamheden, dit op voorspraak van Binnenlandse Zaken.

Koortsachtig overleg volgde tussen de gemeente, provincie en Den Haag. De provincie bleef vierkant achter de voornemens van Zandvoort te staan wat uiteindelijk resulteerde in een brief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken van 20 maart 1948 om verder te gaan met de ontwikkeling van het betreffende recreatiegebied.

Het zal duidelijk zijn dat kostbare tijd verloren was gegaan, de eerste race was al gepland voor 7 augustus. Op 12 maart 1948 begon het walsen van de eerste fundering van 43 cm, afgedekt met 5cm Hoogovenslakken, een laag leemzand van 2cm, teersteenslag en tenslotte de slijtlaag, alvast anticiperend op de gesprekken met de overheden. Op 18 mei van dat jaar vond de aanbesteding plaats van pits, tribune an toiletgebouw en een week later Tunnel West, de toegang tot de paddocks.

Er werd, dat mag duidelijk zijn, keihard gewerkt om de einddatum te halen. Het lukte, de eerste autorace op het nieuwe circuit van Zandvoort kon op 7 augustus 1948 verreden worden. Van Alphen was inmiddels vervangen door burgemeester van Fenema en de vrouw van de grondlegger van de racebaan werd de eer gegund het circuit voor geopend te verklaren middels het doorknippen van een lint. Zandvoort en daarmee tevens Nederland had zijn eerste permanente snelheidscircuit. Er verschenen lovende artikelen in ondermeer de Britse pers over de voortvarendheid waarmee Zandvoort na de oorlog de vooruitgang aanpakte, met daarmee alle lof voor Henri van Alphen.

 

 

In 1948 telde het circuit slechts vijf namen van bochten.

Hoek van Tarzan, Hunserug, Scheivlak, Bos In en Bos Uit.

Tarzan kwam volgens velen van de naam van de wals, welke werkzaamheden verrichtte op het circuit in aanbouw, maar ook een volksverhaal over een aardappelteler is gekoppeld aan de bocht. De Hunserug was een creatie van Cas Hunse, betrokken bij het definitieve ontwerp van het circuit, terwijl het Scheivlak (scheidingsvlak) de grens was tussen het duinterrein van de gemeente en Jonkheer Quarles van Ufford. Bos In en Bos Uit spreken voor zich, in dat gebied bevond zich destijds een dennenbos, tussen Tunnel Oost en het opkomen van het rechte eind.

Contact