Terug naar overzicht

DTM bouwt op in Zandvoort

Rob's Report

DTM: Die alles ist anders show

Door: Rob Spierenburg, Foto's: Chris Schotanus, Essay Produkties.

Ten onrechte wordt met betrekking tot grote evenementen of gebeurtenissen het woord ‘circus’ gebruikt. Het ‘mediacircus’, het ‘voetbalcircus’, het ‘verkiezingscircus’. Het woord circus staat synoniem voor spektakel. De term ‘DTM-circus’ dekt de lading voor de volle 100 procent. Nadat een enorm leger hardwerkende mannen en vrouwen het immense decor hebben opgebouwd, komen de artiesten er hun kunsten vertonen. Met de BMW’s, de Audi’s en de Mercedessen als wilde dieren. Als de finishvlag is gevallen wordt de boel afgebroken om de zaak elders weer op te bouwen. Bovendien heeft ‘circus’ in het oude Rome de betekenis van renbaan. I rest my case.


Met een vette knipoog wordt wel eens beweerd dat met de komst van de eerste vrachtwagen met DTM spullen, de directieleden van het circuit van Zandvoort direct hun sleutels moeten inleveren. Tijdens de ‘Alles ist anders show’ is de voertaal Duits. Pas als op de woensdag na het raceweekeinde de laatste truck richting Bloemendaal koerst, mag Zandvoort zich weer een Nederlandse badplaats noemen. En zijn directeuren Erik Weijers en Edwin Sibbel weer baas in eigen huis.
,,Vooral in de beginjaren was het voor ons even wennen’’, zegt Erik Weijers. ,,Met name aan de rechtlijnigheid waarmee alles verloopt. We kwamen er al snel achter dat dat de enige manier is om in zo’n korte tijd het circuit om te toveren in een DTM-dorp. Zij nemen de leiding en dat moeten ze ook doen.’’ Weijers en de zijnen weten inmiddels hoe de hazen lopen. Het is al voor het zestiende jaar op rij dat DTM in Zandvoort neerstrijkt. Tot ieders plezier. Het is al jaren de meest populaire DTM-race die buiten de Duitse landsgrenzen plaatsvindt.


Hoe strak de organisatie is blijkt uit de plattegronden die Erik Weijers op zijn bureau schuift. Op de diverse paddocks staat alles tot in detail beschreven. ,,Kijk’’, zegt de directeur. ,,Hier staan drie personenauto’s ingetekend. Dat worden er dus drie. De kentekens zijn bekend. Daar staat de rij vrachtwagens geparkeerd. Daar de hospitality-units. Alles op de centimeter nauwkeurig.


Audi was er dit jaar als eerste. Direct na de 24 Uren van Le Mans werd aldaar het paviljoen afgebroken en naar Zandvoort vervoerd. De vrachtwagens werden geparkeerd achter de grote tribune. Direct na het DNRT-weekeinde werd met de opbouw van het dorp begonnen. Grote colonnes trucks arriveerden in Zandvoort. Na het uitladen belanden de kolossen in het dorp op Parking-Zuid. Ruim 100 in getal.


Op de dagen voor de race is het voor het personeel van de vele verschillende bedrijven buffelen geblazen. Over werkdagen van zes uur ’s morgen tot twaalf uur ’s nachts wordt niet geklaagd. Overal op het binnenterrein klinken de geluiden die bij de megaklus horen. Hamerslagen op staal en aluminium. En op de houten blokken om de vloeren waterpas te maken. Nietpistolen schieten hun krammen door vloerbedekkingen. Vorkheftrucks rijden af en aan. Hier en daar klinkt een radio. Wat vooral opvalt is dat er weinig wordt gesproken. Iedereen weet precies wat hij moet doen en heeft dus geen advies nodig.


De garages in de pitstraat worden voorzien van tijdelijke nieuwe zwarte vloeren. Voorzetwanden verschijnen. Er worden horizontale aluminium draagbalken geplaatst. Om de verlichting in op te hangen. De garages worden voorzien van afzuigsystemen zodat het personeel en de coureurs frisse lucht ademen. Monitoren worden aangesloten. Een speciaal kastje is voorzien van een rolluik. Het blijkt voor de helmen van de coureurs. De duizenden onderdelen gaan schuil in grote houten kisten.


Ook in de pitstraat wordt hard gewerkt en nauwelijks gesproken. Behalve als er een vraag wordt gesteld. ,,Een beetje krap’’, zegt een Duitse man die de garage van coureur Mike Rockenfeller inricht. ,,Maar het gaat best, hoor.’’ De man komt elk jaar naar Zandvoort en is elk jaar weer verrast door de enorme publieke belangstelling tijdens het raceweekeinde. ,,Waar ze allemaal vandaan komen weet ik niet. Maar ineens ziet het hier zwart van de mensen. Veel drukker dan op menig circuit in Duitsland. Waarschijnlijk is daar het raceaanbod te groot.’’ De man heeft niets te klagen over de Nederlanders. ,,Heel prettig in de omgang. Dat is trouwens in Moskou ook zo. Ondanks het feit dat het Russen zijn.’’


Achter de pitstraat werkt het personeel van het Duitse mediabedrijf Wige zich in het zweet. De firma is onlosmakelijk verbonden met DTM. Van de maandag voor de race tot de maandag erna zijn er 48 werknemers in touw. Tijdens de twee races wordt dat aantal uitgebreid tot zo’n 150 mensen. Op de plaats waar normaal een grote snackkar staat geparkeerd, pronkt nu een grote zwarte truck van Wige. Het is hun eigen racecontrol. Vanuit de vrachtwagen wordt de DRS-controle geregeld. De lichtgevende nummers op de wagens die de positie in de race aangeven worden er aangestuurd. Net als de on-board camera’s. Ook vele livestreams worden vanuit de tijdelijke racecontrol de ether in gestraald.


Op de dinsdag voor de race loopt production manager Thorsten Weber van de firma Wige er relaxed bij. Alles is onder controle. De deadline (woensdag aan het einde van de middag) haalt hij met gemak. Net als Weber verblijft het personeel van Wige op het naastgelegen Center Parks. Weber voelt zich thuis in Zandvoort. ,,Heerlijk’’, zegt hij. ,,Ik was hier al een week eerder. Om te genieten van een korte vakantie.’’ Naast de DTM-races houdt Wige zich bezig met de uitzendingen van de Duitse Formule 3. Ook neemt Wige alle evenementen op de Nürburgring voor zijn rekening. Dus ook de fietswedstrijden die er op het vermaarde circuit plaatsvinden.


Als op woensdagavond het dorp staat en de garages zijn ingericht zal er zo hier en daar kort ,,Hè, hè, das war das’’, klinken. Met de nadruk op kort. Want uitrusten doet het werkleger pas als het DTM-circus zijn laatste voorstelling van het seizoen heeft gegeven.

Sponsors