Terug naar overzicht

Terugblik op...de Historic Grand Prix

Race verslag

Blauwe luchten, zwarte handen en een rode OSCA

Door: Rob Spierenburg. Foto's: Chris Schotanus, Essay Produkties | Jan Holtman, GPupdate.net | Carlo Senten

Twee hypermoderne Lamborghini’s stonden tijdens de Historic Grand Prix strategisch opgesteld net voorbij het tunneltje onder het rechte eind. De twee Italianen konden lonken en pronken wat ze wilden. Weinig gunden het duo een blik waardig. Viel er dan eindelijk een klein jongetje als een blok voor de twee glanzende onbetaalbare monsters, dan werd hij meegesleurd door zijn vader. Want pa was naar Zandvoort gekomen voor de oude glorie. Niet voor een paar futuristische stieren.

Voor het vierde jaar op rij bleek de Historic Grand Prix een schot in de roos. Geur, geluid en oprechte liefde voor de wagens hing drie dagen lang boven de duinen. Er werd bewonderd, geapplaudisseerd, gehuiverd en gejuicht. Eigenaren van soms pure kunstobjecten (wie durft te beweren dat een Alfa Romeo 2300 Monza uit 1932 niet meer is dan een oude racewagen?) werd het hemd van het lijf gevraagd. En er werd gewerkt. Keihard gewerkt.


Foto: Jan Holtman, GPupdate.nl

Want oude glorie gaat stuk. Of vertoont ineens een weigerachtig karakter. Werk aan de winkel voor de monteurs. Ze waren er bij bosjes. Sommigen hadden gedurende drie keer vierentwintig uur zwarte handen. Van jonge lenige sleutelaars tot hoogbejaarde autodokters die hun probleemkind nóg maar eens onder handen namen.

De meesten klaarden de klus en zagen even later hun liefjes op vier wielen over het asfalt denderen. Hun lot in handen van een coureur die het hopelijk niet te bont zou maken. Na de race mocht een groot gedeelte van het historische blik uitpuffen bij het Parc Ferme. Verlaten door hun rijders kwam het antieke veld weer wat op adem. Sommige bliezen letterlijk stoom af. Een enkele flank getekend door een veeg rubber na een iets te gewaagde inhaalactie.

Niet alle mecaniciens was het gegeven om langs de baan te genieten van de prestatie van het historische brok techniek waaraan zij zo lang hadden gesleuteld. Wesley Ridsdale uit het Engelse Huntingdon (Cambridgeshire) was er doodziek van dat de bloedrode OSCA tijdens de Historische Grand Prix niet in actie kon komen. Gelukkig had Hoole Racing meerdere ijzers in het vuur, zodat het team de tocht naar Zandvoort niet tevergeefs had gemaakt.


Foto: Chris Schotanus, Essay Produkties

Zo had Ridsdale zijn twee rechterhanden volop nodig om de BRM P261 2 van het team raceklaar te maken. Ook de vakkundig gerestaureerde Cooper T66 (zie foto) die Hoole Racing naar Zandvoort bracht kreeg de nodige aandacht. Logisch, want het was teambaas Sidney Hoole zelf die achter het stuur plaatsnam.

De OSCA uit 1959 kon slechts toekijken. De Italiaan had op de vrijdag te zware motorische schade opgelopen om te kunnen racen. Repareren was slechts mogelijk op de thuisbasis in Huntingdon. De bolide kwam in zijn oorspronkelijke tijd uit in de Formule junior klasse. Engelse grootheden als Graham Hill en Sterling Moss leerden het vak in dergelijke wagens.

Onder de enorme rode motorkap bleef de Fiat na vrijdag stil. De oorspronkelijke 78 PK werd door de monteurs van Hoole het afgelopen jaar vakkundig opgekrikt tot 120 pk. Er werden vele succesvolle races mee gereden. Maar op Zandvoort ging het tijdens de vrije training mis.


Foto: Chris Schotanus, Essay Produkties

Een pistonkop verbrandde nadat eerder de pakking het loodje had gelegd. ,,Een enorme domper’’, erkent Ridsdale die het hele jaar door zes dagen per week zijn sleutelende werk doet voor het Engelse team dat op de Europese circuits historische racewagens in de strijd brengt. ,,Heel veel mensen hebben er het afgelopen jaar hard aan gewerkt. Veel successen gehad met de OSCA. En dan gaat het op dit prachtige evenement mis.’’

Dat de OSCA FJ 1200 zichtbaar flirt met de vormen van de veel grotere Maserati racewagens uit de jaren vijftig is niet verwonderlijk. Officine Specializzate Costruzione Automobili werd in 1947 opgericht door de gebroeders Ernesto, Ettore en Bindo Maserati. Eerder dat jaar namen zij als laatste afscheid van het vermaarde automerk Maserati waarmee de zes broers in 1914 de wereld verrasten.

Ver van het felle rood van de kreupele OSCA in de tent die Hoole Racing had opgezet naast het Parc Fermee, werd op zaterdagmiddag hard gewerkt aan een ranke witte sportwagen. In garage 18 in de pitstraat maakte Engelsman Andrew Owen zich geen zorgen over de gesteldheid van zijn Chevron B8 uit 1968. Op zondagochtend zou hij met zijn zoon Mark de uursrace voor zijn rekening nemen.


Foto: Chris Schotanus, Essay Produkties

Van de B8 werden er 75 gebouwd. Ze zijn allemaal bewaard gebleven. Het exemplaar van Owen zou wel eens heel speciaal kunnen zijn. Want het verhaal gaat dat er in deze Chevron werd geracet door Derek Bennett; een vermaard Brits autotechnicus, een verdienstelijk coureur én de oprichter van het merk Chevron dat nog altijd bestaat.

Eigenaar Andrew Owen is een nuchter type en neemt de link met Bennett met een korreltje zout. Het maakt zijn liefde voor de prachtige sportwagen er niet minder om. ,,Deze Chevron werd twee jaar geleden in een advertentie aangeboden. De prijs beviel mij en ik besloot hem te kopen. ’’ Over het prijskaartje laat de gepensioneerde accountant zich niet uit. ,,Veel meer dan de 20.000 pond die deze auto in 1968 nieuw kostte.’’


Foto: Chris Schotanus, Essay Produkties

Owen en Owen stuurden hun B8 in 28 rondjes naar een keurige 22ste plaats. Van de 40 auto’s die in het Historic Sports Car Championship aan de start verschenen, waren er twaalf van het merk Chevron. Oprichter Derek Bennett die in 1978 overleed, zal ongetwijfeld ergens hoog in de blauwe lucht hebben toegekeken. Met een grote grijns op zijn gezicht.

Sponsors