Terug naar overzicht

Terugblik op...de Pinksterraces

Rob's Report

‘He could have gone all the way’  

Tekst: Rob Spierenburg
Foto's: Chris Schotanus, Essay Produkties en Dirk van Zon

De tegenstellingen waren groot op de zondag van de Pinksterraces. In de garages in de pitstraat werd door een strak geleid leger monteurs gesleuteld aan 20 Formule 4 bolides. Wagens die identiek zijn aan elkaar. In de meeste gevallen zelfs qua kleurstelling. De piepjonge coureurs, veelal Russen, wachtten ongeduldig tot ze weer brokken konden gaan maken. Een enkel jochie muisde er op zijn soepele raceschoentjes stiekem tussenuit om een puntzak patat te gaan scoren. Toen hij even later op de startgrid in zijn gordel werd gesnoerd, besefte de tiener dat hij dat beter niet had kunnen doen.


Foto: Essay Produkties

Op Paddock 2 werd de autosport heel anders ervaren. Het Formule Ford-circus streek er neer om te gaan strijden om de Marcel Albers Memorial Trophy. De wat draagkrachtiger teams beschikten over een luxe tent; het merendeel had een eenvoudige bivak opgezet. Hier en daar hing de aantrekkelijke bereidingsgeur van een authentiek Engels ontbijtje. De auto’s in alle soorten en maten werden vertroeteld door de rijders en de monteurs. Soms tot op de draad versleten oude mannen die hun handen voor de honderdduizendste keer zwart maakten.

Wat hen verbindt is de liefde voor de Formule Ford. En hun herinneringen aan die vreselijk aardige Nederlandse jongen die in 1992 op het circuit van Thruxton tijdens een Formule 3 race voorgoed het zwijgen werd opgelegd: Marcel Albers. ,,He could have gone all the way’’, sprak een oude Britse monteur die de kwaliteiten roemt van het Nederlandse racetalent. Vanzelfsprekend bedoelde de sleutelaar met ‘all the way’ dat Albers de kwaliteiten had om de stap te maken naar de Formule 1.


Foto: DVZP

Die mening is ook teambaas Gert Valkenburg toegedaan. Hij bracht tijdens de Pinksterraces Melroy Heemskerk met een Formule Ford in de strijd. ,,Ik kwam met Marcel in contact toen hij een jaar of zeventien was’’, aldus Valkenburg die de initiatiefnemer is van de Marcel Albers Memorial Trophy die er inmiddels drie edities heeft opzitten. ,,Het was een hele rustige sympathieke jongen die wist wat hij wilde. Heel goed onderlegd bovendien. Marcel sprak geen onzin. Het was zeker een rijder die de stap vanuit de Formule 3 naar de Formule 1 had kunnen maken. Hij had de steun van Marlboro en van Akai. En hij had het talent ervoor. Dat had hij in 1991 en 1992 al ruimschoots bewezen in de Formule 3.’’


Foto: Essay Produkties

Het valt zeer te betwijfelen of de Formule 4 jochies aandachtig keken naar de afsluitende strijd tussen de 32 gepassioneerde  rijders die knokten om de felbegeerde Marcel Albers bokaal. De vele wiel aan wiel gevechten toonden hoe gedreven én bedreven de Formule Ford rijders hun vak beoefenen. Lijf aan lijf gevechten die slechts mogelijk zijn dankzij een volledige beheersing van de auto.

In de VIP-room aan de galerij op één hoog die de naam van zijn zoon meekreeg, genoot Jacques Albers (78) van de bloedstollende duels op de baan. ,,Al overschaduwt Max nu even alles’’, sprak Albers senior over de livebeelden vanuit Barcelona die ook de VIP-room in hun greep hielden. ,,Ik ben overigens heel blij met de onwaarschijnlijk knappe overwinning van Max Verstappen. De Formule 1 was ook het doel van Marcel. Hij mocht het helaas niet waarmaken.’’

‘De tijd heelt alle wonden’, luidt een oer-Nederlands spreekwoord. Dat mag zo zijn. Maar het litteken dat ontstaat is er voor altijd. Ook bij Jacques Albers, zijn vrouw en hun zoon Ronald, de oudere broer van Marcel. Ongetwijfeld vochten in de VIP-room in het lijf van vader Albers vele emoties om voorrang. Trots won het uiteindelijk met een autolengte voorsprong.


Foto: Essay Produkties

Al in de kinderbox toonde Marcel Albers zijn passie voor de vierwieler. ,,Al zijn speelgoed gooide hij achteloos de kamer in’’, herinnert vader Jacques zich. ,,Behalve zijn autootjes. Die hield hij bij zich en zette ze altijd keurig op een rij.’’ De drie en een half jaar oudere broer Ronald bleek in nagenoeg alles de betere te zijn. Dat werd anders toen Ronald een kart kreeg. Het was Marcel die daar wel raad mee wist.

In 1976 verhuisde het gezin Albers naar België. ,,Het zou voor een paar jaar zijn. Maar we wonen er nu nog.’’ Jacques Albers bouwde in België verder aan zijn importbedrijf. Veel van zijn klanten hielden zich bezig met autosportsponsoring (Akai, Fuji). Dat zou Marcel later goed van pas komen. Al gebeurde dat met gemengde gevoelens bij vader Jacques. ,,Ik heb hem direct gezegd dat ik het prima vond dat hij ging karten. Maar dat ik een carrière in de autoracerij niet zag zitten. Dat ik daar een verkeerd gevoel bij had. We spraken af dat hij niet voor de autosport zou kiezen. Natuurlijk stond ik later vierkant achter hem. Zoals een vader dat voor zijn zoon placht te doen.’’

Natuurlijk kroop het bloed waar het niet kon gaan. Marcel informeerde bij pa of de afspraak uit het verleden nog altijd stond. Na een korte bevestiging van senior meldde Marcel dat hij daar het volgende op had gevonden. ,,Ik heb mij ingeschreven voor de Marlboro Challenge. De drie besten krijgen een racecursus Formule Ford aangeboden.’’ Vader Jacques slikte even en vroeg hoeveel rijders aan het evenement meededen. Het antwoord ‘15.000’ stelde hem gerust. Zo’n vaart zou het niet lopen.


Foto: Essay Produkties

Zo’n vaart liep het dus wel. Marcel Albers won de Challenge, knokte zich in en uit de Formule Ford en behoorde in 1992 tot de allergrootste talenten in de Britse Formule 3. Zijn innemende karakter maakte hem zo populair dat er 24 jaar na zijn dood (Marcel werd slechts 24 jaar oud) snoeihard wordt getrapt om de trofee die zijn naam draagt in handen te krijgen. Aan het einde van de zondagmiddag reikte Jacques Albers de wisselbeker uit aan de Ierse winnaar Stephen Daly.  Waar het geluid precies vandaan kwam wist niemand. Maar Marcel klapte mee.

Sponsors