Terug naar overzicht

Verslag Italia a Zandvoort

Rob's Report

Bijna vergeten Alfa Romeo kreeg haar schoonheid terug: Een grijze dame met klasse

Tekst: Rob Spierenburg
Foto's: Chris Schotanus, Essay Produkties

Over smaak valt niet te twisten. Dus kan er met een gerust hart worden gesteld dat de lichtgrijze Alfa Romeo 1900C Supersprint van Paul Schouwenburg de mooiste wagen was die tijdens Italia a Zandvoort aan het publiek werd getoond.

Zelfs een vluchtige blik op de Italiaanse schoonheid is voldoende om te beseffen dat ontwerper Touring geen enkele concessie deed toen het juweel op vier wielen werd gecreëerd. Aan elke vierkante centimeter werd aandacht besteed. Aan de buitenkant, aan de binnenkant én onder de motorkap. De Alfa uit 1955 kan in één woord worden samengevat: volmaakt.

De ‘Superleggera’ (ultralicht in gewicht dankzij de aluminium carrosserie) zal zich in de stand van het Haarlemse autorestauratiebedrijf Strada e Corsa bijzonder thuis hebben gevoeld. Want om haar heen (de vormgeving bepaalt dat we het hier hebben over een automobiel van het vrouwelijk geslacht) zorgden vele ondernemers er voor dat het tijdens Italia a Zandvoort smaakte en geurde naar Italië. En zelfs klonk naar het heerlijke Zuid-Europese land. Daar zorgden op een klein podium een zanger en een zangeres voor.

Dat de Alfa tijdens het inmiddels vermaarde lifestyle-event een tijdelijk onderdak vond bij Strada e Corsa is logisch. Het bedrijf wordt gerund door de twee zonen van Paul Schouwenburg. Met het in ere herstellen van de Supersprint hebben de twee echter niets van doen. De inmiddels gepensioneerde professor in hoofd- en hals chirurgie nam het tijdrovende project dat hij anderhalf jaar geleden afrondde hoogstpersoonlijk ter hand.

In 1968 zag hij de Alfa Romeo staan. Vergeten in de hoek van een Zwitsers garagebedrijf. Ook toen al was de arts in opleiding totaal verslingerd aan Italië en zijn producten. En dan met name aan automobielen uit de jaren vijftig. De garagist vroeg er 2500 Zwitserse franken (2.000 Nederlandse guldens) voor. Geen gekke prijs voor de auto die in 1955 bijna 30.000 mille kostte. In die jaren een godsvermogen waarmee je een heel best huis kon kopen. De Alfa Romeo 1900C Supersprint was dus niet zomaar een vierwieler waarmee je van A naar B reed. Dat bewijst het aantal van slechts 500 exemplaren die er werden gebouwd. Stuk voor stuk ‘met het handje’.

Uiteindelijk was het de vriend en reisgenoot van Schouwenburg die de auto kocht en in Nederland stalde bij een boer. Van diens plan om de Alfa in volle glorie terug op de weg te brengen kwam niets terecht. Zoals zo vaak stond ‘druk, druk, druk’ het project in de weg. Het bekende voorbeeld van een klassieker die smeekt om te worden opgeknapt maar verwordt tot een vergeten sta-in-de-weg.

Vierenveertig jaar lang kreeg de boer zijn huur terwijl de Alfa haar laatste glans verloor en langzaam maar zeker door haar hoeven zakte. In 2012 vond Schouwenburg het tijd worden om aandacht te besteden aan het verstofte juweel. Hij kocht de auto van zijn vriend en trok alle registers open. Dat was nodig, want de vele jaren stilstand hadden de ‘beauty’ vanzelfsprekend geen goed gedaan.

Doordat elk detail aan en in de auto aanwezig was, hoefde Schouwenburg geen enkele concessie te doen tijdens het restauratieproces. Precies zoals Touring het bijna zestig jaar eerder bij het ontwerpen van de Alfa had gedaan. De carrosserie werd in Italië hersteld en in de originele witte kleur (met een ‘bewijsje’ grijs) gespoten. Alle overige klussen nam Paul Schouwenburg voor zijn rekening.

,,Deze auto is als een plastiek dat esthetisch volledig in evenwicht is’’, licht Schouwenburg toe. ,,Op de autotentoonstelling van Turijn in 1954 werd deze Alfa Romeo voor het eerst aan het publiek getoond. Alom geroemd vanwege het vele glas in combinatie met ragdunne spijltjes. Deze auto behoort tot de hoogtepunten van Alfa Romeo in de jaren vijftig. De verfijning en de harmonie in het ontwerp zijn overweldigend. Zie het als een hele mooie doos met juwelen.’’

Midden jaren vijftig konden de Italiaanse ontwerpers het zich nog permitteren om idealistisch bezig te zijn. ,,Ze bouwden een schoonheid en zochten er een klant voor. Precies het tegenovergestelde van de hedendaagse situatie in de auto-industrie. Nu bepaalt de consument wat er uit de fabriek rolt.’’

Paul Schouwenburg heeft heel wat Italiaanse pareltjes bestuurd. Ook op de circuits of in rally’s. ,,Sommige auto’s benaderde ik als een paard. Dan gaf ik hem als ruiter een klopje op het dashboard als hij goed had gepresteerd. Soms beten ze en moest ik op mijn hoede zijn. Deze Alfa zie ik als een mooie vrouw. Geen del waarmee je aan de rol gaat. Maar een dame met klasse die je mee uit rijden neemt.’’

 

 

Sponsors